
De basis van onze dienstverlening is de 3D-applicatie voor het maken van 3D-visualisaties van de fysieke leefomgeving. De applicatie gaat helpen bij het ontwikkelen en uitwerken van de kerninstrumenten van de Omgevingswet door informatie te verstrekken over de fysieke leefomgeving. Deze visualisaties kunnen over uiteenlopende onderwerpen en/of thema’s gaan. Urbo3D kan voor verschillende doeleinden worden ingezet.

Wij kiezen voor workshops, omdat in deze werkvorm theorie en praktijk op een directe manier samen kunnen worden gebracht. De begeleider van een workshop kan onderwerpen uitleggen, opdrachten toelichten en direct deelnemers daarmee met een integrale aanpak laten werken.

Bovendien biedt een workshop de mogelijkheid tot inhoudelijke discussies en het oefenen en verbeteren van kennis en vaardigheden. De begeleider van de workshop is aanwezig om bij te sturen en aanvullende informatie te geven. De applicatie kan resultaten direct tonen.
1. Game-sessies
Bij deze vorm wordt Urbo3D ingezet als spel om bijvoorbeeld een buurt, wijk of gebied zo klimaatadaptief mogelijk te ontwerpen. Hierbij ligt de nadruk meer op de uitvoering en het realiseren van de eigen opdrachten dan op het feit of het ontwerp klopt, volgens de regels en richtlijnen van stedenbouw of architectuur.


2. Brainstormen
Via brainstormen worden de deelnemers van de workshop uitgedaagd om op een creatieve manier hun de gedachten te laten gaan over een specifiek onderwerp of thema.
3. Casus
Een casus is een reëel en herkenbare praktijksituatie voor de deelnemers. Hoe realistischer de casus, hoe meer de deelnemers zich uitgedaagd voelen om hem op te lossen. Via de casus laat de begeleider de deelnemers kennis en inzicht verwerven. Daarnaast komen ook andere vaardigheden aan bod zoals, analyseren van het probleem, het oefenen met het integraal beoordelen, het bedenken van originele oplossing en het evalueren van de oplossing.


4. Groepsopdrachten
Bij groepswerk kunnen subgroepjes tegelijkertijd dezelfde opdracht maken of een andere opdracht uitvoeren. Op basis van een beperkt aantal aanwijzingen voor de deelnemers kunnen zij actief met elkaar aan een opdracht werken.
5. Discussie/Debat
Met deze werkvorm kan er op basis van een stelling of standpunt gesproken worden, waarbij mogelijke oplossingen direct kunnen getoetst. Naar aanleiding van de toets kunnen argumenten worden geformuleerd door de deelnemers die voor of tegen zijn. De begeleider functioneert in deze vorm als discussieleider.

